Stoomgemaal Mastenbroek anno 1856

Algemeen

In 1961 hielden de trage, dreunende slagen van de oude machine van het stoomgemaal in de Mastenbroekerpolder  op.  Langzaam kwam de houten drijfstang van de uitzonderlijke, meer dan honderd jaar tevoren door de machinefabriek 'De Atlas' gebouwde, stoommachine tot stilstand.  De druk in de stoomketel viel weg, de grote schepraderen sloegen geen water meer uit de polder en kwamen druipend in hun stille, vaste positie.  Het enorme vliegwiel maakte geen omwentelingen meer.

De taak van het op peil houden van het water van de reeds zeer oude polder Mastenbroek werd overgenomen door een modern vijzelgemaal, elektrisch aangedreven, dat zojuist door de firma Stork was opgeleverd.

 Het stoomgemaal vertegenwoordigt een stap in de ontwikkelings geschiedenis van de waterbeheersing in het lage deel van Nederland.    

naar boven

 

Historie

Tweederde van het Nederlandse grondgebied ligt beneden de zeespiegel.  Men had aanvankelijk slechts de mogelijkheid om via duikers met afsluiters, die alleen op eb en vloed konden werken, enige waterbeheersing te bewerkstelligen.  Met de herkenning van het begrip windenergie in de late middeleeuwen begon de windbemaling (molens) een grote rol te spelen.  In de 18e eeuw volgde daarna de ontdekking van stoom als energiebron.

naar boven

 

Gebouw

De eerste steen voor het gebouw is gelegd op 20 september 1855 door de dijkgraaf van het 4e district Overijssel en de uitvoering vond plaats onder civiel ingenieur jhr.  W.J. Backer.

De poldermolen werkte met schepraderen of met een vijzel, om het water uit te slaan dan wel 'op te schroeven'.  Het stoomgemaal Mastenbroek werkte met schepraderen.  Het nieuwe elektrische gemaal is een vijzelgemaal, in moderne uitvoering uiteraard.  Het oude werktuig is een laatste exemplaar in deze uitvoering en dan nog van Nederlandse constructie.  

naar boven

 

Restauratie

Op initiatief van de provincie Overijssel en de stichting Musea Overijssel kwam de stichting 'Oude Stoomgemaal Mastenbroek' tot stand, ten behoeve van het beheer van gebouw en machine.  Het was een daad van behoud van 'industriële archeologie', waarvan elders toen nog nauwelijks sprake was.

In 1982 besloot de gemeenteraad van Genemuiden een bedrag van 50.000 gulden beschikbaar te stellen voor restauratie, de provincie volgde met eenzelfde bedrag, in het raam van een bouwproject voor leerling bouwvakkers.  Een aantal subsidiegevers heeft tenslotte meegewerkt het project af te werken, waarbij ook de ketel en de machine weer in gebruik konden worden gesteld, na grondige inspectie en revisie.

Provincie, gemeente en waterschap zorgden samen voor subsidies voor het jaarlijks onderhoud.  Dankzij deze bijdragen is het gemaal bewaard gebleven.

Het gemaal dateert uit 1856, de machine was ook toen al een merkwaardig stoomwerktuig.  Het uitslaan van het water geschiedde als regel door twee schepraderen, de machine maakte dan 10 omwentelingen per minuut.  Bij een grote opvoerhoogte, hoog peil van de Zuiderzee, kon een scheprad worden afgekoppeld.  In dat geval kon de machine 12 omwentelingen per minuut maken.  

naar boven

 

Monumenten

Het stoomgemaal is op de lijst van beschermde monumenten geplaatst, tezamen met enige andere bemalingswerktuigen, zoals de Cruquius te Heemstede (een der gemalen van de Haarlemmermeerpolder), het grote gemaal 'Ir. Wouda' te Tacozijl ten westen van Lemmer, dat beschouwd kan worden als het grootste stoomgemaal ter wereld, 'De Vier Noorderkoggen' bij Medemblik, dat in 1985 als stoommachinemuseum is ingericht.  

Twee gemaaltjes bij Putten en Nijkerk, een werktuig bij Arkel, en bij Halfweg, een stoomgemaal bij Appeltern en een stoomgemaal te Winschoten.  Het zijn interessante monumenten van de Nederlandse waterstaatstechniek.

Deze objecten uit het verleden behoren tot de moeilijkst te behouden herinneringen aan dat verleden, omdat zij geheel verbonden zijn en moeten blijven met water.  De ijzeren machines die niet meer worden gebruikt, vereisen veel aandacht en onderhoud om ze in goede staat te houden; ijzer en vocht zijn elkaar zeer vijandig.  

Dankzij een actieve groep van vrijwilligers, tezamen in een Stichting Vrienden van d'Olde Mesiene georganiseerd, is het mogelijk om enkele malen per jaar de machine onder stoom te brengen en te laten draaien en het gemaal gedurende een tijd van het jaar open te stellen voor het publiek.

 

naar boven

 

Werking

De machine is een horizontale, dubbelwerkende, één cilinder, expansiemachine met een injectiecondensor en werkt met verzadigde stoom van 4 atm.  De stoom wordt geleverd door de 2 vuurs Lancashire ketel, die  26 M3 water bevat en gestookt wordt met vlamkolen of hout.

De stoom wordt door de inlaatkleppen toegelaten in de cilinder, waarin een zuiger heen en weer beweegt.  Na het afstaan van energie wordt de stoom afgevoerd door de uitlaatkleppen naar de injectiecondensor.  In deze condensor wordt de stoom gecondenseerd tot water door inspuiting met buitenwater.  Het vacuüm dat hierdoor ontstaat wordt onderhouden door de grote luchtpomp die aangedreven wordt door een excentriek op de krukas met een slag van 70 cm.

Het water en dampmengsel wordt gepompt in de houten warmwaterbak, waarbij de damp ontwijkt.  Dit water wordt weer gebruikt om de ketel bij te vullen via de voedingspompen.  

De heen- en weergaande beweging van de zuiger wordt d.m.v. de zuigerstang, de zeer bijzondere lange drijfstang met een houten lijf en de krukas omgezet in een draaiende beweging.

Het immense vliegwiel zorgt voor een soepele gang van de machine. Dit vliegwiel is van zeer bijzondere constructie en weegt 16 ton. De diameter is 7,5 meter. De velg bestaat uit 9 gietijzeren stukken, door middel van 9 spaken verbonden met het gietijzeren sterwiel op de krukas, niet gelast, maar geklonken en gespied.  

Tandwielen brengen de beweging van de krukas met een vertraging van 2 op 1 over op de as van de schepraderen die met ongeveer 5 omwentelingen per minuut draaien.

De stoomverdeling is ook bijzonder, de klepbeweging wordt door de excentriek afgeleid van de krukas middels een hefboomstelsel en een indrukwekkend mechanisme.

De halfbolvormige kleppen worden door de hefboom dichtgestuurd, maar door gewichten weer ‘open’ getrokken. Het omkeren van de zuigerbeweging wordt verzorgd door de grendelschijven. Gemiddeld werkte de installatie 45 dagen per jaar. Het kolenverbruik is erg hoog.

naar boven