In 1961 hielden de trage, dreunende slagen van de oude machine van het stoomgemaal in de Mastenbroekerpolder op. Langzaam kwam de houten drijfstang van de uitzonderlijke, meer dan honderd jaar tevoren door de machinefabriek 'De Atlas' gebouwde, stoommachine tot stilstand. De druk in de stoomketel viel weg, de grote schepraderen sloegen geen water meer uit de polder en kwamen druipend in hun stille, vaste positie. Het enorme vliegwiel maakte geen omwentelingen meer.
Tweederde
van het Nederlandse grondgebied ligt beneden de zeespiegel.
Men had aanvankelijk slechts de mogelijkheid om via duikers met
afsluiters, die alleen op eb en vloed konden werken, enige waterbeheersing
te bewerkstelligen. Met de
herkenning van het begrip windenergie in de late middeleeuwen begon de
windbemaling (molens) een grote rol te spelen.
In de 18e eeuw volgde daarna de ontdekking van stoom als
energiebron.
De
eerste steen voor het gebouw is gelegd op 20 september 1855 door de
dijkgraaf van het 4e district Overijssel en de uitvoering vond plaats
onder civiel ingenieur jhr.
W.J.
Backer. De
poldermolen werkte met schepraderen of met een vijzel, om het water uit te
slaan dan wel 'op te schroeven'. Het
stoomgemaal Mastenbroek werkte met schepraderen. Het nieuwe elektrische gemaal is een vijzelgemaal, in moderne
uitvoering uiteraard. Het
oude werktuig is een laatste exemplaar in deze uitvoering en dan nog van
Nederlandse constructie.
Op
initiatief van de provincie Overijssel en de stichting Musea Overijssel
kwam de stichting 'Oude Stoomgemaal Mastenbroek' tot stand, ten behoeve
van het beheer van gebouw en machine.
Het was een daad van behoud van 'industriële archeologie', waarvan
elders toen nog nauwelijks sprake was. In
1982 besloot de gemeenteraad van Genemuiden een bedrag van 50.000
gulden beschikbaar te stellen voor restauratie, de provincie volgde met
eenzelfde bedrag, in het raam van een bouwproject voor leerling
bouwvakkers.
Een aantal subsidiegevers heeft tenslotte meegewerkt het project
af te werken, waarbij ook de ketel en de machine weer in gebruik konden
worden gesteld, na grondige inspectie en revisie. Provincie,
gemeente en waterschap zorgden samen voor subsidies voor het jaarlijks
onderhoud. Dankzij deze
bijdragen is het gemaal bewaard gebleven.
Het
stoomgemaal is op de lijst van beschermde monumenten geplaatst, tezamen
met enige andere bemalingswerktuigen, zoals de Cruquius te Heemstede (een
der gemalen van de Haarlemmermeerpolder), het grote gemaal 'Ir. Wouda' te
Tacozijl ten westen van Lemmer, dat beschouwd kan worden als het grootste
stoomgemaal ter wereld, 'De Vier Noorderkoggen' bij Medemblik, dat in 1985
als stoommachinemuseum is ingericht. Twee
gemaaltjes bij Putten en Nijkerk, een werktuig bij Arkel, en bij Halfweg,
een stoomgemaal bij Appeltern en een stoomgemaal te Winschoten.
Het zijn interessante monumenten van de Nederlandse
waterstaatstechniek. Deze
objecten uit het verleden behoren tot de moeilijkst te behouden
herinneringen aan dat verleden, omdat zij geheel verbonden zijn en moeten
blijven met water. De ijzeren
machines die niet meer worden gebruikt, vereisen veel aandacht en
onderhoud om ze in goede staat te houden; ijzer en vocht zijn elkaar zeer
vijandig.
De
machine is een horizontale, dubbelwerkende, één cilinder,
expansiemachine met een injectiecondensor en werkt met verzadigde stoom
van 4 atm. De stoom wordt
geleverd door de 2 vuurs Lancashire ketel, die
26 M3 water bevat en gestookt wordt met vlamkolen of hout. De
stoom wordt door de inlaatkleppen toegelaten in de cilinder, waarin een
zuiger heen en weer beweegt. Na
het afstaan van energie wordt de stoom afgevoerd door de uitlaatkleppen
naar de injectiecondensor. In
deze condensor wordt de stoom gecondenseerd tot water door inspuiting met
buitenwater. Het vacuüm dat
hierdoor ontstaat wordt onderhouden door de grote luchtpomp die
aangedreven wordt door een excentriek op de krukas met een slag van 70 cm. Het
water en dampmengsel wordt gepompt in de houten warmwaterbak, waarbij de
damp ontwijkt. Dit water
wordt weer gebruikt om de ketel bij te vullen via de voedingspompen.
Tandwielen
brengen de beweging van de krukas met een vertraging van 2 op 1 over op de
as van de schepraderen die met ongeveer 5 omwentelingen per minuut
draaien. De
stoomverdeling is ook bijzonder, de klepbeweging wordt door de excentriek
afgeleid van de krukas middels een hefboomstelsel en een indrukwekkend
mechanisme. De halfbolvormige kleppen worden door de hefboom dichtgestuurd, maar door gewichten weer ‘open’ getrokken. Het omkeren van de zuigerbeweging wordt verzorgd door de grendelschijven. Gemiddeld werkte de installatie 45 dagen per jaar. Het kolenverbruik is erg hoog. |